Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII.

De salon van Van Walborch was een middenpunt waar zich des avonds vaak eenig gezelschap vereenigde; op eenen dag der week trof daar gewoonlijk een grooter aantal bezoekers samen, inwoners van Rome of vreemden van verschillenden landaard. Van Walborch was een man der wereld; in den huiselijken kring was hij eenvoudig en studeerde; in den kring van enkele geestverwanten hield hij er van dieper in een onderwerp van kunst of letteren door te dringen, zonder vrees voor een onbescheiden overwicht als hij den overvloed van lectuur en denken liet stroomen; maar had hij een grooter aantal gasten, dan liet hij dezen meer het woord. Marciana had deze wellevendheid van hem geleerd; zij hield de eer van den salon op, zonder altijd zelf als het middenpunt er van te willen uitkomen. Toen zij al hunne bezoekers met een woord had toegesproken, zette zij zich op een rustbank en trok zich een oogenblik achter haar waaier terug. Aisma, die haar alleen zag, ging tot haar. Zij streek de plooien van haar kleed naar zich toe en schoof even ter-zijde, eene mimische vergunning voor Aisma om naast haar te gaan zitten.

— Wel, zeide zij met een glimlach, gij ziet dat gij hier geen vreemde zijt; uw werk heeft ook hier de aandacht getrokken.

Sluiten