Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

96

AMAZONE.

vermoedend bij ieder en als het kwade bewezen was, zacht in zijn oordeel. Hij wist, dat de mensch dwalen kan zoo lang hij leeft, dat alles betrekkelijk is, het goede zoowel als het kwade, en dat falen eene noodzakelijke voorwaarde is om een hoogeren trap te bereiken. Alle menschen gelijk — hm — zei hij met den fijnen glimlach die hem eigen was; gelijk uit een zoölogisch oogpunt, gelijk voor alle mogelijkheden, maar alle mogelijkheden verwezenlijken zich niet voor ieder. Ouders, bloed, kring, omstandigheden bepalen die mogelijkheden. Voor ieder gelijk recht, — burgerlijk, zeker; maar in wijsgeerig opzicht? Geeft diepe studie, hooge en fijne geestbeschaving niet soms nog andere aanspraken aan hem die ze bezit, dan voegen aan hem die aan de stof gebonden de slaaf is van zijn zwoegen voor het dagelijksch onderhoud? De menschen zijn niet gelijk, er is meer en minder. Wij minachten de minderen daarom niet; overal zijn edele harten; eer ze, omdat zij edel zijn, niet om eene theorie van adel of demos.

Toen hij de vijftig voorbij was had hij zijnen meestertitel laten varen voor den doctorstitel. Ik heb mijne toga in den tempel van Themis opgehangen, zei hij, zoo als de zeeman van Horatius zijne natte kleederen in dien van Neptunus

me tabula sacer Votiva jjaries indicat uvida Suspendisse potenti Vestimenta mnris deo.

Sluiten