Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114

AMAZONE.

in de gure koude. Zij was eens een impulsief, prikkelbaar wezen, het hoofd vol versen en melodieën; zij droomde dat haar iets poëtisch zou overkomen. Men had dit alles verstompt in plaats van het te laten leiden ten goede. IJdel, boos en schandelijk heette zij, och, en zij smachtte alleen om verlost te worden uit de banden van een farizeesch formalisme en te ademen in vrijer levensatmosfeer.

Thans liep zij ziek van ziel en lichaam rond en dwaalde door het haar vreemde Rome. Zij wist eigenlijk niet waarom zij er bleef, tenzij alleen om Marciana. Deze was haar plechtanker. Hoewel zoo zeer van deze verschillend, wond zij zich om die krachtige zuil als eene slingerplant die steun behoeft, om niet naar den grond te zinken. Als Marciana haar niet medenam, dwaalde zij hier doelloos rond; zij ging naar kerken en zag niets dan poppenspel of ledige koude hallen; zij doolde over een plein en keek naar de jeugd die er bootjes liet varen in het bekken der fontein, en als zij er te lang naar keek, meende zij te bemerken, dat de kinderen bang werden van die droevige gestalte en ging zij heen. Dan zat zij weer dagen thuis tusschen de onversierde en sprakelooze wanden van hare kamer in het pension of keek in de leeskamer naar de kleurige prenten van een prachtig hotel in Zwitserland en een transatlantischen stoomer. Zou het daar, ginds te vinden zijn?

In den morgen waarop zij dien kwellenden brief ontvangen had, ging zij uit den kwam op S. Onofrio waar Tasso begraven ligt, en zag zijn gedenkteeken.

Sluiten