Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

11S

Daar staat zijn beeld, zoo mijmerden hare hersenen, in de kleeding die hij droeg aan het hof te Ferrara, geleund op zijn boekenkastje; Taaso, de schoonste man van zijnen tijd, en hij werd krankzinnig. En daar is ook de eik waaronder hij zijn Verlost Jeruzalem dichtte.

Van die hoogte namen de gedachten hare vlucht. Het verledenel nZij huilde van heimwee naar hare

jeugd, hare tuin; zij hoorde er de vogels zingen.

Als ik vroolijk was noemden zij mij coquet ik

arme, — als ik van boeken hield, heette ik pedant. De klok in onze buurt bomde mij toen reeds in de ooren: voorbij, voorbij, uw leven is al voorbij. Nu zie ik het huis mijner jeugd verlaten, in een hoek staat de standaard met den bijbel; in een anderen hoek staat de harp eener tante met verroeste snaren; de muziekbladefcwjn geknabbeld van mujaentanden. Alles noemden zij stofnesten, mijne kleine ornamentjes, alles moest opgeredderd worden, en ik ook. In mijn tuin liggen de duiven dood in het hok; ik ben uitgedreven naar den vreemde. Daar uit ik dan eenzaam in de Pompejaansch beschilderde salons; de zeewind huilt in den schoorsteen; de felle zon schittert op de verraderlijke golven van Nizza en verblindt mijne uitgehuilde oogen; mijne kat wordt wild door opsluiting en krabt mij; de meiden en bedienden glimlachen over de halfwijze juffrouw, sommigen met medelijden. Ik lees Hyperion om mij te troosten. Nu weer ligt Rome aan mijne voeten; ik tel de zeven heuvelen. Wat is dat groote gebouw?

Sluiten