Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

AMAZONE.

Er staat een schildwacht voor in de schaduw. Wat is het? Een gekkenhuis. Arme krankzinnigen, wat moeten zij lijden in die gloeiende hitte. De zon brandt op de witte muren — daar staan een paar palmboomen — wat verschroeid gras op de wandelplaats.— Gelukkig zijn de menschen die jong sterven in hun vaderland

- Zij hield haar kloppend hoofd vast tusschen hare tenger geworden handen en daalde op bevende voeten den heuvel af.

Waarheen? Waarom naar mijne woning? Waarom niet? Rondom is alles ruïne; de babbelende fonteinen hebben voor mij geene stem, de heldere lach dier jonge moeder die haar goed wascht in het waterbekken klinkt mij schril en vreemd; een bedelende monnik in zijn bruine pij slentert in het streepje schaduw langs een hoogen blinden muur.

Carita! Signora mial Carita, wie heeft er carita voor mij. — Daar, arme drommel, een paar bajocchi, — gij hebt er toch geen schuld aan.

In den Sint Pieter. Hier is eene pantoffelparade voor vreemden: jonge paartjes ontmoeten elkander achter een pilaar onder voorwendsel van te luisteren naar den zang in het domkapittel of galmend in eene zijkapel. Bij beurten zingt de bas, de tenor en de sopraan solo; zij heffen aan zonder dat de toon wordt aangegeven. Hoe lang houden zij de gerekte klaagtoonen aan zonder adem te scheppen, totdat men zelf neiging gevoelt eens diep te ademen; zij gaan in

Sluiten