Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

121

— Best kindje — gij behoeft mij niet te danken; als mijne oude dag reine vreugde kent en de schoonste vrouwelijke zieleglans mijn herfst verheerlijkt, dan heb ik dat aan u te danken.

— Dank mij niet vader, aan u is uwe Amazone het verplicht dat haar wond genas.

— Ach, toch altijd Amazone

— Wel, gij weet dat dit het eenige middel is om niet weer gewond te worden en onafhankelijk te zijn.

— Phoe! phoe! lachte van Walborch, opstaande en door de kamer wandelend, — daar zijn meer Amazonen veranderd — dat kan Herodotus u leeren

ja, dat vertel ik je wel eens bij gelegenheid, — heel nuttig voor stijfhoofden.

— Bah, ondervinding van anderen

— Schept niet, maar wekt — maar, zeg eens, ik begin er te komen met mijn Amazone, ja ik ben er al; maar dat moet ik vertellen als Aisma er bij is. Waar zit hij toch?

— Hij is zeker geheel in zijn werk.

— Wij zullen hem van daag uit zijn atelier halen.

— Neen, ik moet straks nog even naar Ada gaan zien.

Marciana stond op om van een kastje een rond in papier gewikkeld voorwerp te nemen.

— Wat heb je daar?

— Un polio, un pollastro, zei ze vroolijk.

— Een kip, hoe kom je daaraan?

—- In 't voorbijgaan gekocht, en nu ga ik een lekkere bouillon voor haar maken.

Sluiten