Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XV.

Er is in het beschouwen van de groote kunstverzamelingen een tijd van onrust, dien men eerst te boven moet komen om te genieten. In den aanvang overstelpt ons de menigte en het nieuwe, en de verlokking van het ongekende dat er nog is, trekt telkens af van de rustige beschouwing van het voor ons liggende. Maar als men er de wegen kent, er veel gezien heeft om het gezien te hebben en er het zijne van mede te nemen, gaat men later tal van zaken voorbij en keert tot het belangrijkste terug om er nieuwe zijden van af te winnen, het in iedere stemming te herzien, ea dan eerst is het de tijd van rustig genot.

Zoo ging het ook met van Walborch en Marciana, die vaak met Askol den beeldhouwer en Aisma den schilder in de galerijen ronddoolden. Zij waren daar nu te huis en joegen niet meer alles achter elkander af, maar bezagen alleen naar keuze, hetzij iets bepratende, hetzij in eigen beschouwingen verdiept.

Zij waren dan ook nu in het Vaticaan de rotonda, de zaal der Musen en de zalen met de dieren doorgeloopen en maakten even eenen zijweg naar de galerij „delle statue". Aisma verwijlde onwillekeurig voor den Eroos naar Praxiteles.

— Kijk, zei hij tot Marciana, — de vleugels zijn er afgebroken, — dit is de blijvende, niet de vluchtige liefde.

Sluiten