Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

129

— Neen, neen, kijk niet rond, — kijk vóór u op den vloer, tot wij buiten zijn.

— Maar er zijn ook op de vloeren schoone mozaïeken, antwoordde Marciana lachend.

— Kijk dan ter zij naar niets, zei van Walborch ernstig.

En zoo ging hij dan ook weg, de oogen half gesloten, en de anderen volgden hem, schertsend en plagend.

— St! set Marciana tot Aisma, die haar soms bezag, —-gij moogt mij ook niet aanzien.

Zij gingen snel de zalen door en reden naar het Capitodl, Van Walborch belette hen naar den Marcus Aurelius op het plein te zien, drong hen ter linker zijde de trappen op, de zalen door, trok hen voorbij de Amazone met den boog, de wederga der Vaticaansche, tot zij kwamen in de groote zaal, waar in het midden de twee zwart marmeren kentauren van Aristeas en Papias staan. Aan den linker wand naast een venster vindt men daar de gewonde Amazone, gelijk aan die welke wij reeds bezagen in het Vaticaan.

— Dit is mijne Amazone, riep van Walborch vol vnur, — zie nu eensmijn Amazone!

Er was geen twijfel, dit exemplaar is het allerschoonste. Al wat men in de andere had bewonderd was hier in nog hoogere mate aanwezig. Er valt in marmeren beelden iets dergelijks op te merken als in schilderijen wanneer zich daarin de kleuren niet als verfstoffen voordoen, maar de stof er van verdwijnt

Amazone. g

Sluiten