Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

143

i— Hebt gij mij lief ?

Askol had iets anders verwacht en daalde uit de hooge sfeeren tot iets zeer gewoons.

— Marciana, hoe kan een man u niet liefhebben. Zij stond op en stampte driftig met haar voet.

— God, hoe kunt gij mannen toch altijd zoo ellendig laf en banaal zijn. Ik meende iets anders, iets zeer ernstigs, iets gevaarlijks, onmogelijks bijna; iets dat de eerste platte geest als iets gemeens zou duiden, maar dat ik durf, omdat ik weet dat het edel is en omdat mijn godsdienst in den hoogen ernst van alle schoonheid ligt; iets dat ik wil, omdat ik wil dat gij iets groots maakt, niet om u maar om de heilige kunst, en dat wilde ik omdat, omdat.... ik nu eenmaal ik ben. Maar welaan, dan hoeft dat niet. Vaarwel.

Askol nam hare hand en vleide en bad om vergeving.

— Mag ik u dan iets vragen? Marciana knikte toestemmend.

— Wat meendet gij met die vraag?

— Ik wilde weten of gij mij als goede vriendin, ronduit als kameraad, vriendschap toedraagt; — dan wel of gij mij zoudt willen beminnen, Wellicht mijne hand winnen, en ... . kom, ronduit, gezegd, wij zijn kunstenaars onder ons, en of gij mij aanziet met begeerte.

De ongewone toestand, de kracht, de ernst van Marciana's blik en toon voerden Askol weer op de hoogte.

Sluiten