Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

144

AMAZONE.

— Welnu, Marciana, wij zijn al drie jaren vertrouwde vrienden; ik moet nog eens zeggen, maar ditmaal zonder banaliteit geen man of hij moet iets voor u voelen. En toch, ik zal u de waarheid zeggen, oprecht, ik zoek uwe hand noch uwe liefde, en als ik zeg, dat ik uwe schoonheid bewonder, en gij voor mij de heerlijkst gevormde gestalte hebt, ik zie die alleen als kunstenaar, — mijn hart ën mijn trouw zijn elders. Gelooft gij mij?

— Ik geloof u, zei Marciana hem streng in de oogen ziende, gij spreekt waarheid, gij zij t te veel een man om dat niet te doen.

Welnu, ik weet wat gij noodig hebt; maar mij nooit zoudt durven vragen — en ook niet zoudt mogen vragen. Ik weet, waartoe dwaze bedeesdheid onder kunstenaars, dat ik schoone vormen heb. Gij kunt mij krijgen voor wat gij in uwe Amazone noodig hebt. Ik beschouw dit als een heilig offer aan de kunst.

Askol bloosde; Marciana niet. Maar de tranen sprongen hem in de oogen en hij had wel aan hare knieën willen vallen. Hij klemde hare hand in de zijne en stamelde:

— Dank, duizendmaal dank, beste vriendin, beste kameraad.

Er kon hierna niets meer gezegd worden. Er zijn heroïsche daden die men doet, maar zonder ze te bespreken. Het scheen ook alsof beiden gevoelden dat dit eene zaak moest blijven ver boven de gewone reëele zaken, dat zij eene ideale hoogte moest

Sluiten