Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

157

Soms, als hij in zijne noordsche stad bij avond in eene volksbuurt komt, hoort hij in de verte op eens tonen die daaraan gelijken; dan is het hem gebeurd, dat hij onweerstaanbaar werd aangetrokken; het is een veracht piano-orgel, door den musicus gehaat. Arme kinderen dansen er om heen met hun afgestofte schoentjes op de grove keien. Maar de man die eens van den tooverdrank van Circe Italië gedronken heeft, voelt zijne bedwelming hem overmeesteren; een nameloos heimwee grijpt hem in de borst en hij wordt aangedaan. Want deze tonen, zij zijn die van de guitaar en mandoline; en in die toonen woont Napels met zijne baai en de Vesuvius en het oranjegeurend Amalvi; op die tonen drijft het vlottend Venetië met zijne zongebruinde paleizen, tegen wier stoeptreden het groene water van Canal Grande klotst, wier kantomfalied hoofd ten blauwen hemel rijst; Venetië met zijne bronzen van Sanvovino en Bellini's vrouwen met fijngevormde handen, en de antieken paarden zwevend boven de mozaïeken van San Marco. Met die tonen herrijst de pracht der bloemenstad aan de Arno, met de wonderen van Ghiberti en Mino, Van Lucca della Robbia en Michelangelo, waar de facchino slapend leunt tegen een brons van Celline. Met die tonen doemt de grootsche Campagna op met hare contadini rustend in de avondkoelte, en het eenige Rome. En aan zijn hart knaagt het pijnlijk zoete verlangen naar het paradijs met de bronzen deuren van Ghiberti.

Vroolijk klonk nu het streelende snarengetijngel

Sluiten