Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

158

AMAZONE.

van den man met de guitaar en den knaap met de mandoline.

Tarantellal tarantella! riepen de jonge lieden en weldra hadden zich verschillende paren gevormd. De tarantella is eene reeks van improvisaties, die de twee dansers nu eens tegenover elkander, dan saam verbonden uitvoeren, volgens de rhythmische modulaties der speeltuigen. Zij is een dier oorspronkelijke volksdansen die, vrij als het volkslied, nog niet in vaste figuren gebonden zijn. Hier geldt alleen de gratie der standen, der antithesen, der bewegingen, beurtlings statig en langzaam, beurtlings wild en hartstochtelijk. In allerlei windingen plooit, spant, buigt, trippelt het lichaam, elastisch op heupen en enkels. Eene improvisatie der voeten, eene arabeske der leden, eene samenspraak van bevallig gewondene armen en handen. Nu eens een geestige set en een tartend antwoord; nu eene toenadering, dan verwijdering; nu wenden zij elkander den rug, dein streven zij naar elkander en vleit zich lichaam aan lichaam; dan glipt het meisje weg en zet haar de jongman na; dan laat zij zich vangen. Het is eene vroolijke, meesleepende dans, die duurt tot men ademloos en lachend poost.

Hij was in vollen gang, toen op eens Askol tusschen de dansers sprong, met zijn vonkelende oogen, zijn wild fladderende gele toga, de rinkelende tamboerijn boven zijn zwart omlokt hoofd zwaaiend en ze bonzend met den rug der hand. Zoo was hij eene Bacchische gestalte en voerde de geestdrift ten top.

Sluiten