Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVIII.

Aisma zat op den morgen, na het feest van Askol, in zijn atelier. Wel stond zijn doek voor hem en had hij zijne penseelen en borstels genomen, maar zijne gedachten waren te vele en te zwervend om zich op zijn werk te bepalen. Nu ging hij aan zijne sêSrljfi tafel zitten en begon eenen brief aan zijne zuster, zijne oude vertrouwde, wier kalme, verstandige geest zoo vaak stilling zocht te brengen als zijn gemoed heftig was. Toen hij een paar bladzijden met haastig schrift gevuld had en ze herlas, was hij het er weer niet mede eens. Hij dacht nu eens zoo, dan weer anders. En toen hij het daar op het papier zag staan, meende hij: waartoe dat alles reeds geuit; waartoe in het schrift werkelijkheid gegeven aan wat in mijn binnenste nog onbepaald woelten zweeft ? En hij verscheurde het papier en ging voor zijne schilderij zitten.

Zijn geest was vol, zijne verbeelding vol, zijn hart vol; maar het was een cbaos en geen Elohim zweefde nog scheidend en begrenzend over de wateren.

Ja, nu wist hij maar al te wel hoe zijne Helena wezen moest. Marciana had zijn tafereel goed bezien en goed weergegeven. Beduidde dit iets? Was het enkel eene artistieke, of — eene teederder hulde? Welk eene Helena was zijl Veel beter dan de ge-

Sluiten