Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

161

schilderde, die hem nu niet meer voldeed, al was hij reeds eens door Marciana geïnspireerd ze te wijzigen.

Ja, zijne grijsaards waren goed. Daar zaten zij in halven kring naast elkander; de schoon geplooide gewaden in toon en enkel met weerglanzen verlicht. Achter hen alleen de diep blauwe lucht, waartegen de schoone bejaarde koppen in heldere schaduw uitkwamen; en het licht dat achter hen was, verzilverde hier en daar de grijze en witte haren, den omgaanden kant van den diadeemband om hunne hoofden of wierp een schamplicht langs het gelaat. Zij waren eAt 'Homerisch,' achtbaar, schoon, indrukwekkend. Ernstig ook, want de bewondering voor de heerlijke vrouw die daar voor hen verrees was niet anders dan de zuivere trilling, opgewekt door het schoone met de edele reinheid die er aan eigen is. Niets in die uitdrukkingen van wat een ander hedendaagsch schilder gegeven had in de grijze rechters voor wie op eens de prachtige Frunè onthuld wordt

Van de twee maagden d» Helena volgen, zag men de eene ten halven lijve, van de andere alleen het hoofd en de schouders, want zij stegen achter hare meesteres de trap op. Helena was de tanupeplos, zij droeg het „langslepende" kleed der aanzienlijke vrouwen, slank om de heupen en beenen plooiend. De lange dunne sluier hing van haar hoofd: slechts van ter zijde zag men het gelaat in het volle licht, maar zij hield de oogen neergeslagen, want zij vreesde, schoon van hare gevaarlijke uitwerking wel bewust, schuchter wegens al de nooden en jammeren

Amazone. j.

Sluiten