Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

178

AMAZONE.

— Zijt gij niet gauw duizelig? vroeg Aisma.

— O, neen, antwoordde Marciana en ging hem voor.

Er is dan ook geen gevaar, mits het gebulder van het snelle water langs u de verbeelding niet treffe en zij de zinnen verwarre. Zij gingen den tunnel door en den tweeden terug en waren tot op een vijftig schreden ook dezen ten einde, toen Aisma op eens een kreet hoorde en zag dat Marciana zich aan de ijzeren stang vastklemde. Het zij door de verwarring van het schemerige licht en het verdoovende geraas, hetzij door een angst als ons plotseling kan overvallen, Marciana had zich op eens voelen duizelen en zich vast gegrepen. Haar kreet deed Aisma ontstellen, maar hij bedacht zich niet lang.

— Zie naar den kant van den muur, riep hij, en terwijl hij zijn arm met kracht om haar middel sloeg, leidde hij haar, ondersteunend en voorgaand, zachtkens voort, tot zij de opening weder bereikten.

Zij liet zich op een stuk rots neder, deed haren handschoen af en hield de hand voor de gesloten oogen.

Toen zij tot rust gekomen en zich zelve weer meester was, liet zij de hand zakken en zag hem even glimlachend aan, bleek en ontdaan. Aisma trilde nog van den angst dien hij een oogenblik had uitgestaan en kon zich niet meer bedwingen.

— Marciana! zei hij. Het was voor het eerst dat hij haar bij dien naam noemde. Meer niet; maar er lag alles in dien klank. Zij voelde het en hare oogen

Sluiten