Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

179

naar hem opslaande, stak zij hem de on tbloote hand toe. Hij kuste die en langzaam trok zij ze terug, nam de roos van haar borst en gaf ze hem.

— Laten wij heengaan, zei ze, — zij wachten ons zeker.

— Leun op mijn arm, het pad is hier steil en glibberig.

Van Walborch was aan den voet van het Sibillatempeltje onder het uitgespannen zeil blijven zitten. Hier, in het heerlijke Tibur, zat hij, door de plaats bezield, in zijn Horatius te lezen, of liever al de zoo goed gekende bladen te doorloopen aan de hand der herinnering. In het rijk der gedachte, welk een onvergankelijke band, die de geesten door eeuwen heen met elkander in gemeenschap doet leven, zonder dat honderden jaren hen kunnen scheiden. In zijne hand hield hij het kleine boekje, het hem dierbare drukje van Glasgow, van welks inhoud zijn hoofd vol was, het boekje met het numereuste gezang van Latiums Muse, het boekje nu haast vóór negentien honderd jaren geschreven. Dat is onsterfelijkheid, en wel mocht zijn dichter in een oogenblik van zelfgevoel zeggen non omnis moriar, want hij is „niet geheel gestorven" en zijn „monumentum" is da| dichtwerk, „duurzamer dan brons en bestendiger dan de eeuwen."

Hier zat hij en zag hetzelfde wat zijn vriend Horatius eens zag en bezong, het steile Tivoli, Tibur

Sluiten