Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

189

— Hoe.... als het niet onbescheiden is,.... hoe .... was zij vroeger, toen zij getrouwd was?

— O, dat was geen gelukkige tijd. Zij had een enthoesiasten en dichterlijken geest; zij was iets anders dan anderen; zij was zeer haar eigen, en haar man was niet kwaad maar vreemd aan alles wat haar bezig hield; practisch en vijand van alle poëzie. Kortom het ging heel ongelukkig. Dit alles heeft haar eerst gekwetst en verbitterd, toen in zich doen opsluiten ....

— Is zij niet wat.... Ada zag hem aan.

— Capricieus, vroeg hij twijfelend.

— O neen, ik bewonder juist altijd haar standvastigheid, zij laat zich nooit van den weg afbrengen.

— Dat kan stijfhoofdigheid worden .... ik geloof dat zij niet spoedig voor iets zou zwichten.

—■ Niet om drang van buiten, neen; alleen als het uit haar zelve komt en zij overtuigd is. Ach, ik benijd hare kracht!

-s- Kracht is zeker een deugd, maar zij wordt wel eens hardheid. Zij schijnt mij wat hard, niet buigzaam genoeg, niet gevoelig.

O, noem haar niet ongevoelig! zij heeft een gemoed als goud.

— Dus schitterend, maar .... hard.

— Goud is niet hard, zei ze met een glimlach, — het is smedig, — maar daar behoort eene fijne hand toe. Neen, als zij hard schijnt, dan is het omdat zij

Sluiten