Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZOltó.

197

Toen ging zij zitten op eene der marmeren banken en hare bloemen saamvoegen en zij bond de haren zoo goed het ging in orde. Aisma maakte snel in zijn teekenboek een schetsje van haar, zoo als zij op de bank zat met de anemonen in haar schoot. Het motief werd later een van zijn schoonste aquarellen.

— Marciana, waarom weiger je mij toch altijd zoo halsstarrig dat ik je portret maak, ... of liever er voor te zitten, want het te beproeven, dat heb je mij toch niet kunnen beletten.

— Och, ik geloof aan het vooroordeel der wilden die bang zijn dat, als iemand hun portret maakt, zij hun persoonlijkheid verliezen.

— Wij zijn geen wilden.

— Wel, zei ze met een bevallige trilling in haar geheele gestalte, — misschien ben ik het wel een beetje.

— Niet tam, zeker; misschien ook niet gemakkelijk te temmen?

— Waarom ook temmen?

— Zonder temmen geen inschikkelijkheid, geen sociale verhouding, geen wederkeerige genegenheid, geen

Hij ging naast haar zitten en legde zijn arm over de leuning der bank achter haar.

— Marciana, geloof je niet dat het leven toch schooner is als men niet op zich zelf alleen staat, als ons wezen, door een ander aangevuld, zelf rijker wordt? Wij spraken wel eens over de kleuren der schilderijen, — wordt ons tafereel niet schooner en

Sluiten