Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

203

eene andere vrouw gegroeid die hij niet kénde. Toen hij minister werd, dacht hij dat ik tevreden zou zijn, dat ik nu een breeder, voller leven zou hebben! Hij eischte dat ik nu nog te meer in die wereld zou leven, dat zijne vrouw er zou schitteren. Schitteren, maar uitwendig, met wat jeugd, wat schoonheid,, en vooral veel kleederen. Maar welk een leege wereld is dat, waar nietigheid zich opblaast, het leelijke zich blanket. Daar was noch degelijke kennis, noch fijne geest, noch begrip van kunst. Alles oppervlakkig en wuftheid.

Hij was heerschzuchtig; hij zei dat ik mij aan mijne plichten onttrok en wilde mij dwingen op zijn Weg. Had hij er het recht toe? Hij meende het. Ik meende dat mijne persoonlijkheid mijn heilig eigendom was en ik ze mocht handhaven. En ik was een . wilde hageroosjsfóRg.aterk en vol vuur, aangegrepen door de machtige poëzie van al wat schoon en grootsch is in het leven. Wij lazen eens van eene beroemde schrijfster die zich door eene hartstochtelijke, al was het onregelmatige liefde verlost had uit zulk een toestand. Toen ik het oppermachtige recht van hart en geest verdedigde, zei hij mij eens verbitterd: zoo iets zou je misschien ook willen. Hij sprak dan zoo geringschattend, zoo plat van de liefde, zoo weinig edel van de betrekking tusschen man en vrouw. O, ik had liefde zoo iets anders, zoo iets groots gedroomd, zoo iets hemelhoogs, alles omvattends. Maar ik heb dat nooit ervaren. Ik bleef mijn vleugels lam slaan tegen de tralies der vergulde kooi.

Sluiten