Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

204

AMAZONE.

Het gevolg was een verdeeld leven; daarna voof mij eene doffe berusting, dié-haar plicht deed met ijzeren gelatenheid, maar ook met ijzige koude. De dood bracht een-einde, en liet eene herinnering aan twee levens die elkander ongelukkig hadden gemaakt, niet uit slechtheid, maar noodlottig.

Wat ik in die jaren geleden heb is niet overdreven, het bracht mij wel eens aan den rand van waanzin. Maar ik ben sterk en bleef het overleven. Ik zeg u dit, ik wil anders geen nagedachtenis ontwijden; misschien had ik schuld — neen, het zou toch weekheid zijn dit te zeggen en een onware welwillendheid, — het lag in onzen aard. En zoo ben ik, zei ze met een weemoedigen glimlach, de gewonde Amazone geworden, maar — ik heb mij zelve later terug gevonden, en zwoer het te blijven; zulk eene proef nooit weer. Wie zich zelf wil zijn, moet op zich zelve blijven. Ik ben nu gelukkig, bij mijn geliefden oom. Maar alleen door1 kracht, en door alle zwakheid te dooden, heb ik mij zelve heroverd. Die zich aan een ander geeft, verliest zich,

Aisma beschouwde met bewondering de jonge bloeiende vrouw, met haar vurig enthoesiasme en haar onbuigzame wilskracht. Zij zag er met den verhoogden gloed op haar gelaat, met haar karaktervolle, maar toch door vrouwelijke fijnheid getemperde trekken schooner uit dan hij ze ooit gezien had. Hij was geheel door haar betooverd.

— Marciana, zei hij, zijne hand om haar pols klemmende, — gij hebt al de gelijke snaren in mijn ge-

Sluiten