Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXII.

Menigen avond bezocht Aisma de vertrekken op de Piazza di Spagna, die door den smaak der bewoners zoo gezellig waren en vol kunst. Daar hingen schoone teekeningen aan de muren; niet zulke die door zoogenaamde liefhebbers voor honderden en duizenden kunnen worden verkregen, volgens de mode en de overredingskracht van eenen kunsthandelaar, maar zulke als alleen kennis weet te veroveren. Er hing eene schets van Rafaël in rood krijt, eene penteekening, breed geartseerd met de vaste hand van Mantegna, een geestvolle Pasini en Fortuny, een Egyptische Studie van Aisma en een twee ellen breede fotografie van Rafaëls karton voor de school van Athene, dat in de Ambrosiana te Milaan bewaard wordt. Daar stonden eenige terracotta beeldjes van Tanagra, eenige bronzen navolgingen van antieken, de Faun en de Narcissus van Pompei: een paar waaierpalmen en altijd frissche bloemen van Marciana.

Soms kwam Ada daar ook en kreeg haar melancholische geest voor eene wijle een glansje door de gezelligheid en fijne vroolijkhei d; soms was er Askol, wiens levendige, scherpe geest prikkelde tot opgewektheid en tegenspraak; en Salviati, wiens natuurlijke tevredenheid en komische luim het hart verruimden. Dan werd er gekout en geschertst; nieuwe

Sluiten