Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

228

AMAZONE.

De blokken wentlen dondrend naar omlaag. En 't hooggewielde voertuig krijgt zijn last, Dien langgehoornde ossen, traag van gang Maar stoer van nek, voortsleepen door de geul Der diepe sporen naar de havenplaats.

„De grootste kunstenaar kan niets verzinnen Wat niet een enkel marmerblok bevat; De hand slechts die den geest gehoorzaam volgt Dringt door tot wat in 't diepst verborgen ligt." Zoo sprak de meester, Michelangelo, En zag den jongen reuzendooder David In 't marmer slapen en zijn hand sloeg weg Wat hem omhulde. — Dan verrees voor 't graf Des grootschen Giulio die Moeder Gods Zoo vreemd van aanzicht, of 't van wrevel was Wijl haar de stoute hand opriep om weer Haar borst te reiken aan het lijdenskind; Verrezen Rachel, Lea, sloeg met reuzenspier Zich Moses los uit 't steen, de neus en lip Van toorn gekruld. — Dan vragen Medici Onsterflijkheid van Michelangelo: Lorenzo rijst, de denker, Giuliano De strijder, en de vier getijden, Dag En Nacht, en d'Ochtendschemer en de Avond, Van 't marmerhulsel nog niet gansch ontdaan, Al tweelingskindren van uw broedend hoofd, Buonarroti, die uw gramheid schiep, Uw heiige toorn, die 't grootsche ideaal Der wufte wereld barsch in 't aanzicht smeet.

Sluiten