Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

244

AMAZONE.

— Goeden morgen, zei ze met een zachten glimlach, zijt gij daar weer, wij hebben u lang gemist.

— Nu, dat gemis zal zoo groot niet zijn geweest.

— Wij hebben u geen reden gegeven dat te denken. Mijn oom is wezenlijk verdrietig dat gij ons zoo verwaarloost. Is er iets?

— Marciana, zei hij, zijn kouden toon niet kunnende volhouden, ik wilde eens openhartig met u spreken; wees gij het ook. Je hebt genoeg kunnen zien wat ik voor je voel, ik dacht dat je mij ook iets van je ziel gegeven hadt, maar ik vind je vreemd, ik begrijp je niet.

— Neen, je begrijpt me niet, zei ze en er was een diepe droefheid in haar toon, die hem niet ontging.

— Marciana, och, laat ik je alles mogen zeggen, weet je dan niet dat ik je bewonder en je innig liefheb! Dat ik daarvoor al mijn trots en mijn bitterheid heb weggeworpen, weggeworpen als valsch, laag tuig, dat ik mij zeiven gansch aan je heb overgegeven. O ik hoopte zoo dat je dat ook zoudt doen. Maar, eerlijk gezegd, ik heb de vrees, ik heb de zekerheid, dat je met mijn hart speelt.

— Daar heb je geen grond voor, je moest mij beter kennen, als je me lief hebt.

— Zeg het mij ronduit, — mij heb je altijd geweigerd je portret te laten maken, voor mijn Helena smeekte ik je het model te zijn

— Is dat al? zei ze met een gedwongen lach. Zijn verwijtende toon kwetste weer haar trots, en toch daaronder lag bij haar eenige ontevredenheid

Sluiten