Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXIV.

De bloeiende twijg was nu van een gescheurd en aan weerszijde welkten de bloesems.

Ook tusschen Marciana en haar oom, tusschen haar en Ada was de spanning en stilte, die ontstaat als men zich nog niet onder elkander verklaard heeft. Wel hadden van Walborch en Ada het een en ander vermoed en begrepen, wel was er eene algemeene uitdrukking gewisseld, maar geene openhartige verklaring had nog den toestand opgehelderd.

Aan van Walborch kwam dikwijls het woord op de lippen, maar hij schroomde het te uiten. Hij kende Marciana en Aisma; hij wist dat het licht onraadzaam kon zijn den loop der zaken te storen. Laat het rijp worden, dacht hij; laten zij het samen uitvechten.

Er pakten zich nochtans onweerswolken over zijne Horatiaansche „gelijkmoedigheid"; de aequus animus kon zich bezwaarlijk in stand houden. Het is moeilijk den mensch uit te schudden, zei de wijsgeer Pyrrho, toen bij, de apostel der gevoelloosheid, eens in een boom klom om niet door eenen hond gebeten te worden. En zoo is het; godsdienstige leerstukken of wijsgeerige stelsels, bijbel of Horatius, Pyrrhonische apathie, anachoretische dooding van de wereld, Spartaansche harding, — het is alles een, het is alles leer, en het leven gaat telkens boven de leer. Alleen het oudgrieksche gemoed was wijs en gaf toe aan smart; het mocht zoeken meester te

Sluiten