Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

252

AMAZONE.

' Van Walborch fronste de wenkbrauwen:

— Dat kan niet, Marciana is oprecht.

— Als dat oprecht is ... . maar u weet niet alles. Nu ja, zij heeft mij wel een soort van geestelijke genegenheid willen gunnen, maar te gelijker tijd geeft zij aan Askol hare liefde.

— 01 mijn beste Aisma, nu zijt ge geheel in dwaling. Is het anders niet? Dat kan ik u wel stellig van het tegendeel verzekeren.

— Ik kan u niet zoo alles zeggen . . . maar het is voor mij duidelijk genoeg.

— Niets is hier duidelijk, hoor, maar wat Askol aangaat — neen, dat kan ik u met zekerheid zeggen. Neen, er is iets anders, dat ik zeer goed weet. Aisma, Marciana is zeer ongelukkig geweest; nu heeft zij de volle vrijheid over haar persoon en geest, en zij vreest dat zij die weer zou kunnen verliezen. Maar ik zou haar niet zoo goed kennen als mijn Horatius, als ik niet zag dat zij zelf in den hevigsten tweestrijd is tusschen die vrees en haar hart — en voor wien dat hart gestemd is, dat kan voor mij noch voor u twijfelachtig zijn. Beloof mij éen ding, ga niet naar Athene, en ga althans niet zoo terstónd weg. Als gij eenige vriendschap voor mij hebt, beloof het mij.

Aisma haalde de schouders ongeloovig op en gaf hem de hand als belofte.

Van Walborch voelde de aequus animus weer zachtkens terugkeeren; hij was tevreden over zijne bemiddeling; het scheen hem dat de oude politicus toch niet geheel vergeefs geleerd had met menschen om te gaan en ze te doorgronden.

Sluiten