Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXV.

Nog was Marciana's gemoed echter een chaos. Onrast rees er en zelfverwijt. Maar het oude stelsel week zoo spoedig niet en betoogde haar dat Aisma heerschzuchtig was als alle mannen, dat hij hare onafhankelijkheid nooit zou eerbiedigen, en wat dat is, had zij immers reeds eens hard genoeg ondervonden.

Intusschen kon zij het gemis niet loochenen, de leegte die zij begon te voelen. De avonden waren stil en kleurloos geworden; haar geest vond geen uitwendigen prikkel, geene voldoening; hare sympathie miste de eens gewekte behoefte aan beantwoording; nieuwe ideeën en aspiraties lagen braak.

Alles had zij verstoord, bij de anderen en bij zich zelve. Fel begon dat te prangen, te schrijnen. Zij kon niet lezen, niet schrijven. Altijd sloop eene gedachte tusschen haar en haar boek. Zij werd droevig, stil, kwijnend.

Van Walborch zat aan zijne Amazonestudie te werken, maar de scherts die er mede verbonden was had eene te ernstige wending genomen, en dit bedierf de stemming voor zijn wetenschappelijk onderzoek. Toevallig viel zijne hand op de bladzijde van Herodotos, waar de geschiedenis der mannendoodende heldinnen verhaald wordt.

— Ja, ja, pruttelde hij half luid.

Sluiten