Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

263

— Hebt gij iets nieuws gevonden, vroeg Marciana afgetrokken.

— Niet bepaald nieuw, maar wat heel oud is herhaalt zich telkens op nieuw. De Grieken namen de Amazonen toch gevangen.

— Maar, als ik mij wel herinner, sloegen deze de mannen dood op de schepen die haar wegvoerden.

— Dat is waar, maar zij konden de schepen, natuurlijk, niet besturen, en zij waren wind en golven prijs.

— Toch kwamen zij terecht in Skythië; is het niet?

— Ik geloof dat gij deze plaats goed bestudeerd hebt. Gij zult u dan herinneren, dat de Skythische jongelingen wat anders verzonnen om ze te temmen. Zij legden hun kamp dicht bij het hare en eens vond een jongeling eene Amazone buiten haar leger! het schijnt dat die wat zwak was in de leer: zij spraken af elkander meer te ontmoeten. De Amazone bracht eene vriendin mede en de Skyth eene kameraad; dit waren al twee paren. — Kort en goed, zij gingen allengs allen samen wonen aan de overzij van de Tanaïs. Zoo kwam er een eind aan de dwaasheid.

Daar was ook eens een Amazone, Penthesilejai die zich zelfs tegen AcWlleuawaagde. Hij wondde haar doodelijk — maar toen hij ze zag neerliggen, vond hij haar zoo schoon, dat hij met liefde op haar neerzag en zijne daad betreurde. Pas op, zoo iets kan meer gebeuren, — of het omgekeerde.

Marciana bleef zwijgen. Even ongevoelig voor Herodotos als voor Horatius! peinsde de oude heer.

Sluiten