Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

266

AMAZONE.

Eens had hij haar al gezegd dat Aisma naar Athene ging; nu liet hij er ter loops eens invloeien dat de dagbladen vol waren van de verontrustende schilderingen van de ziekte die er heerschte. Zij voelde wat daarin lag.

Misschien zou dit haar allengs overtuigd hebben, misschien ook niet, want zij was een van die karakters die niet licht voor beweeggronden van buiten zwichten; de overtuiging moest uit haar zelve geboren en ontwikkeld worden. Dat verbeeldde zij zich ten minste, want de inwendige overtuiging is toch meest, misschien altoos, niets anders dan de ref lexie in ons van het buiten ons voorvallende.

Maar Marciana wist meer dan haren oom bekend kon zijn, en haar eigen bewustzijn moest zijne redenen wel aanvullen. Zij wist wat zij uit eigen beweging ter wille der kunst voor Askol gedaan, wat zij uit een gril aan Aisma geweigerd had. Dat zij de oorzaak was van de gespannen en dreigende verhouding tusschen die twee kunstenaars. Zij wist, en dat woog nog veel zwaarder, dat zij Aisma's gevoel beantwoordde met eene toeneiging waaraan zij den waren naam maar niet wilde of durfde geven, en dat zij hem behandeld had met eene schijnbare koelheid die onwaar was en hem moest krenken. Zij wist dat zij het vreugdevol samenzijn van allen verstoord had. Twijfel rees of hare volharding ook halsstarrigheid ware; zij begon zich te verwijten dat zij de liefde van een edel man en een groot kunstenaar fijner en teederder had kunnen bejegenen dan zij de laatste

Sluiten