Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

283

den ezel en hij schilderde een dag met gloed en vuur, en zijn werk verried het fijne gevoel dat hem gelukkig stemde en bezielde. Gewis, het zou een werk worden waarvan gesproken werd. Zij bezielde zijn talent, Neen, daar is geen strijd, geen naijver tusschen Eroos en de Muse; dichter wordt wien Eroos liefheeft, zegt Platoon, en dit is eene waarheid.

Nogmaals schreef hem Marciana:

— Ik ben weer jong geworden en overmoedig; ik zou lust hebben in allerlei ontboezeming. Ik geef mijn hart en ziel weg; zij werden al lang naar u heen getrokken, — daar! Ik heb aan Ada alles verteld en haar goede hart deelt er geheel in. Mijn oom is haast zoo gelukkig als of hij een splinternieuwe ode van Horatius had gevonden. Paestum, ja! weet gij nog van den ring dien gij mij daar gegeven hebt, bij den tempel van Ceres? Dat was een tooverring, die heeft mij behekst; verbeeld u dat ik . . . neen, dat vertel ik liever. Binnen kort gaat gij de Helena Voltooien — als ik er eens voor mag zitten. Mag ik? —

Waartoe langer gewacht, dacht Aisma, en hij zond haar op een morgen een korf vol prachtige rozen. Daar onder lag een kort briefje, waarin hij zei dat hij straks zelf kwam.

Hij ging naar de Piazza di Spagna; zijn hart bonsde toen hij voor de deur der kamer gekomen was. Hij trad binnen.

,:-(fSf1011*1 bii nare schrijftafel en wendde het hoofd naar hem om; niet ontsteld, een zachte glimlach

Sluiten