Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVIII.

De volle zomergloed deed de reizigers Rome verlaten en naar het Noorden terugkeeren.

Ada girigln de Zwitsersche hooglanden de koelte zoeken, in eenzaam zwerversleven. Aisma had haar eens een zweem van werkkracht ingeboezemd, maar thans liet zij die weer glippen. Had zij een krachtigen geest naast zich gehad, ware zij daarmee verbonden, haar teedere rank had er zich wellicht aan kunnen steunen. Kracht in zich zelve te vinden was haar nauwelijks mogelijk. Daar kwam in haar vriendelijk hart geen afgunst, nu zij wist dat Marciana gelukkig was, maar wel hing weer te zwaarder de wolk over haar gemoed. Doch eens vond zij een voorwerp waaraan zich hare behoefte des harten kon hechten en werkzaam betoonen. Zij had het vroeger gezocht in vogels en andere dieren, nu wilde het toeval dat zij in een pension een kind vond dat verwaarloosd en verstooten was, omdat het bezijden de regels der maatschappij in het leven was gekomen. Zij nam het tot zich, voedde het op, hechtte er zich sterk aan en — alle ernstig werk brengt zijne zegening. Het kind verloste haar van hare werkelooze ledigheid, gaf haar leven een doel, een gezelschap. Zij begon zich zelve er voor te vergeten, door de kleine plichten der werkelijkheid, zich in te spannen voor dat kind. De toewijding aan

Sluiten