Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20

zegt Roix: „Onder de geloovigen, die tot de kerk hoorden, heeft dikwijls een walgelijk bijgeloof geheerscht. De kerk heeft daden geheiligd, die duidelijk door Jezus waren bestreden. Zij heeft — het is vreeselijk om te zeggen — het zwaard uitgetrokken, waarvan Jezus duidelijk bevolen had: Doe het in de scheede."

Dit alles is onweersprekelijk waar, maar juist deze onweersprekelijke waarheid maakt te meer wonderbaarlijk het feit, dat de kerk in den persoon van haar grondvester steeds weer een eeuwige kracht tot wedergeboorte vond. In de persoonlijkheid en leer van Jezus schuilt een eigene kracht, die grooter en heiliger is dan het feitelijk bestaande christendom aller eeuwen. De pure schildering van Jezus' persoonlijkheid en werk, zooals wij die vinden in de Evangeliën, zonder eenige toemenging van ideeën der menschelijke dwaasheid of booswilligheid, — zij was en zal immer zijn het middel tot vernieuwing van het christelijk leven. Ziehier een karakteristieke eigenschap, die we alleen bij het christendom vinden.

De godsdienstoorlogen, de mishandelingen der ketters, de onnatuurlijkheden en uitspattingen van de „kerkdijken", zijn geen kweeksel van de religie van Jezus.

Ze zijn een afschuwelijke, misdadige, verminking van het christendom, een zware beleediging, een bespotting, van de allesvergevende liefde en reine leer van den gekruisigden Zoon van God.

Met het christendom, de door den geest der zachtmoedigheid, liefde en barmhartigheid, geïnspireerde religie, vloekt iedere daad van geweld.

Wanneer de vurige, maar onverstandig ijverende, discipelen van Jezus, Jakobus en Johannes, in toorn ontstoken, omdat de Samaritanen aan hun meester den toegang tot hun grondgebied verboden, uitbarsten in den wraakkreet: „Heer, wilt gij, dat wij zeggen, dat vuur van den hemel nederdale en dezen

Sluiten