Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21

verslinde," — geeft Jezus dit antwoord: „Gij weet niet van hoedanigen geest gij zijt; want de Zoon des menschen is niet gekomen om der menschen zielen te verderven, maar om te behouden."

Neem ook dé gelijkenis van het onkruid.

Een landman ontdekte, dat een vijand onkruid gezaaid had tusschen zijn tarwe. De arbeiders vroegen den boer, of ze het opgegroeide onkruid niet zouden uitroeien. „Neen", zei de landbouwer, „opdat gij, het onkruid vergaderende, ook mogelijk met hetzelve de tarwe niet uittrekt. Laat ze beide tezamen opwassen tot den oogst."

Dit is toch zeker het tegendeel van onverdraagzaamheid en bruut geweld.

De Schriftplaatsen zouden te vermeerderen zijn, waaruit zonneklaar duidelijk is, dat de christelijke religie in haar wezen niets te maken heeft met de misdaden van velen, die zich christelijk noemden, maar in hun fanatisme eigenlijk haar vijanden waren.

Onder de lugubere sluiers van fanatiek bijgeloof heeft men wel tijdelijk het zonnige aangezicht van Jezus verborgen, maar zijn stralenden glans breken, kan niemand.

Wij willen de valsche omhulsels van dat goddelijk schoon gelaat wegscheuren, en het stof, dat zich daar vastgehecht heeft wegwasschen, alleen zorg dragend, dat we geen schade doen aan de beeltenis zelf, die als symbool van goedheid, zachtmoedigheid en reinheid, de besten der menschen in vervoering heeft gebracht.

Wanneer wij onpartijdig bestudeeren de rol, die de evangelische religie gespeeld heeft in de nu voorbijgegane negentien eeuwen, — dan zullen we telkens weer ons verwonderen over hetgeen zij voor de menschheid gedaan heeft, — welk een onuitwischbaar spoor zij heeft achtergelaten in heel onze beschaving; hoe zij haar geest ten goede als gestempeld heeft in

Sluiten