Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23

Kan de zegepraal der kuituur het resultaat zijn van hersenarbeid ?

Of zou het groote ideaal, dat in iedere menschenziel sluimert, niet bereikt moeten worden in den weg van religieus-ethische ontwikkeling, als product van de kuituur des harten ?

Het wereldleven in zijn verschillende sferen en verschijnselen biedt ons in het algemeen het beeld van een gestadig groeiende ontwikkeling, een ontvouwing van krachten, die in de natuur als gegevens voorhanden zijn.

Gelijk in de onmetelijke ruimte boven ons, in plaats van de uitgebrande zon-sterren, nieuwe lichtwerelden opvlammen, zoo ontspringen in de verborgen hoeken van de onmetelijke wereld, die menschenhart heet, in plaats van verouderde of vervulde idealen weer nieuwe! Behalve de gewone „hoofdzorgen" en bemoeiing van iederen dag, die als de glaasjes van een kaleidoskoop wisselen, zijn er in elk tijdperk ook op den voorgrond dringende, algemeen geldende, idealen, die de ziel der menschheid in spanning houden, en hoe meer de eeuwen 'wentelen des te wijder en universeeler schijnen die hoogere idealen haar te beroeren.

Wanneer het morgenrood der kuituur voor het eerst gaat gloren, is de belangstelling van den denkenden mensch uitsluitend bepaald door de uitwendige, physieke, wereld. Overweldigd door de massaliteit der van buiten op hem aanstormende werkelijkheid, heeft de genius der wijsbegeerte (evenals een kind in den aanvang van zijn verstandelijke ontwikkeling) geen erg in zichzelf. Hij scheidt zijn eigen persoonlijkheid nog niet af van de hem omringende natuur.

De heele filosofie vanaf Thai es tot Sokrates bemoeit zich uitsluitend met het probleem van het ontstaan der wereld. Waaruit bestaat alles, hoe is het er gekomen, en waarin zal zich alles weer oplossen ? — deze drie vragen vormden het thema van de antieke wereldbeschouwing, en beurtelings nam

Sluiten