Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26

seerde men zich niet voor de problemen van de waarde der mensenziel, van de rechten der persoonlijkheid, van de verbroedering der volken. Men voelde niet voor de beginselen op het terrein van het zedelijke en geestelijke leven, en indien al deze vraagstukken aangeroerd werden, was het gewoonlijk toevallig en bijkomstig. Men ging er niet ernstig op in. Men had geen behoefte aan een oplossing.

De doelstelling van de antieke wereld lag ergens elders, namelijk in den eeredienst der physieke schoonheid en van de mechanische spierkracht.

De aesthetisch aangelegde Griek wijdde zijne krachten inzonderheid aan de muze der schoonheid; de stoere, wereldbegeerende, Romein werd bekoord door het ideaal van de brute macht.

Voor den Griek was het streven naar schoonheid een soort religie. Zijn officieele godsdienst was een mythologisch mengelmoes van het laagste allooi. Zijn godenleer is voor een deel een samenraapsel van schandaleuze avonturen der Olympische goden, maar bij deze zelfde Grieken vinden wij een kernverzameling van prachtfiguren, die ons betooveren door de voleindigde schoonheid der plastische vormen. De beitel van Phidias, Praxiteles, Polycletos en anderen, heeft voor alle navolgende geslachten een nooit te overtreffen voorbeeld van schoonheid geschapen.

De Romein was geen kunstenaar. Hij zag van de hoogte neer op de kunst als een middel tot versiering en veraangenaming van het alledags-leven.

Boven de schoonheid stelde hij de kracht.

Voor zijn geweldige krachtsontwikkeling bukten de verstwonende volkeren. Rome wies, werd rijk en tooide zich met weelde op kosten van de onderworpen landen. Het wilde de hoofdstad der wereld zijn.

Maar beide idealen: de volkomenheid der lichamelijke schoonheid en de triomf der kracht — ze waren eindelijk bereikt.

Sluiten