Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28

der goddelijke gerechtigheid, der erkenning van alle wetmatige rechten der persoonlijkheid.

De opbloei van dit rijk is echter afhankelijk van een zedelijke verandering des menschen, een vernieuwing van zijn innerlijk wezen.

De tweede grondspreuk van het evangelie-rijk is daarom het woord van Jezus: Tenzij iemand wedergeboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.

Wat het karakter van dit rijk betreft, zoo geldt dit andere woord: Het rijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat. Men zal niet zeggen: ziet hier, of ziet daar, want ziet, het is binnen alieden.

En wilt ge het nog nader gekenschetst hebben in zijn beteekenis en kracht, hoort dan dit sublieme woord van Paulus: Het koninkrijk Gods ts niet spijze en drank, maar gerechtigheid, vrede en blijdschap, door den Heiligen Geest.

Dit is de nieuwe lente en het nooit gehoorde geluid, dat uitging tot de einden der aarde.

Dit is het nieuwe ideaal, — niet een uiterlijk, maar een innerlijk, niet tijdelijk, maar eeuwig.

De idealen van het oude Griekenland en Rome konden zich overleven, en daarom stierf de majestueuze boom der beschaving. Maar het nieuwe, uit het christendom ontspringende, ideaal had geen grenzen. Het is nooit bereikbaar. Want het eindpunt is: Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, die in de hemelen Is, volmaakt Is.

Dit is de zedelijke erfenis, die Jezus aan de menschheid naliet. Deze erfenis is het pand van de oneindige perspektieven onzer beschaving. De nieuwe kuituur, in haar altijd weer opstijgenden drang om zich te volmaken, zal ook telkens weer de versche krachtbron tot vernieuwing en ontwikkeling vinden in den geest van den christen zelf, welke is de geest van Christus.

Wij zien thans terug op een tweeduizend-jarig geschiedenistijdperk van het christendom.

Sluiten