Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33

„Wat baat het", zoo vraagt de bekende geleerde Huxley, „wat helpt het Prometheus, dat hij vuur van den hemel gehaald en dit aan zijn wil dienstbaar gemaakt heeft, wanneer de gieren van den nood eeuwig zijn ingewanden stuk knagen, alleen zorgende, dat hij er niet heelemaal bij te gronde gaat?"1)

„Ik deins niet terug", zegt dezelfde schrijver, „te verklaren, dat, als er géén hoop is op een behoorlijke verbetering van den levensstaat van het meerendeel der menschheid — wan-, neer het waar is, dat de vermeerdering van kennis en de daaruit voortvloeiende toename van macht over de natuur, niet in staat zijn de uitbreiding van den stoffelijken en geestelijken nood bij de massa des volks tegen te gaan, — dat ik dan met vreugde de één of andere hierheen verzeilde komeet zou begroeten, die den heelen boel onderstboven wierp en er voor eeuwig een einde aan maakte".

Nog is de aandacht waard een opmerking van den genoemden Henry George: „Dit aldoor samengaan van de armoede met den vooruitgang is het groote raadsel van onzen tijd. En dit raadsel is het centrale feit, waaruit al die industrieele, sociale en politieke, moeilijkheden geboren worden, die de wereld voortdurend in verwarring houden, en waarmee de staatslieden, filantropen en paedagogen, vergeefs blijven worstelen. Van hieruit stijgen de broeiende wolken op, welke de toekomst ook van de meest onafhankelijke en ontwikkelingskrachtige naties verdonkeren. Dit is het raadsel, dat de sfinx van het noodlot onzer beschaving aan de menschheid heeft opgegeven,

en hetzelve niet oplossen, beteekent tenondergaan. Zoolang

het voortdurend aangroeien van den rijkdom, hetwelk men

') Prometheus stal het alleen voor de goden bestemde vuur van Zeus en nam het mee naar de aarde. De dief werd aan een rots geketend en een gier vrat overdag zijn lever, welke telkens des nachts weer aangroeide, w.

De moderne mensch 3

Sluiten