Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36

theorie van Darwin. Volgens Darwin vormt de lange serie van levende wezens, die begint met het allerlaagste organisme en eindigt bij den mensch, een onafgebroken keten, waarbij de eene vorm in den anderen overgroeit. In den weg van den strijd om het bestaan — waar immers meer honger voorhanden is dan voedsel om den honger te stillen — zijn de organismen onophoudelijk bezig zich te vervolmaken. Alleen de sterkere exemplaren overleven den strijd, de overigen sterven wegens gebrek aan voedsel. Volgens de wet der overerving houdt echter het organisme het eenmaal gewonnen voordeel vast in zijn geslacht. In het verloop van eeuwen hoopen zich de verzamelde, karakteristieke, krachten zoodanig op, dat zich een nieuw, en hooger ontwikkeld, type begint te vormen. Bij dit nieuwe type vangt echter weer eenzelfde proces van ontwikkeling aan. De natuurlijke teeltkeus van de tot den strijd om het bestaan bekwamelijk toegeruste organismen, en de wet der overerving, worden geen oogenblik onderbroken. Zich aldus voortdurend verbeterend en ontplooiend bracht de organische wereld tenslotte het type mensch te voorschijn.

De theorie van Darwin (de vraag naar haar redelijkheid en naar de juistheid van haar grondbeginselen daargelaten)J) was echter niet consequent doorgedacht.

Nietzsche heeft het aangedurfd de consequenties te trekken en de puntjes op de / te zetten.

Wanneer de mensch blijkbaar door een lange keten van uitgestorven vormen met den aap verbonden is, — waarom zouden wij dan bij den mensch blijven staan? Wanneer niet direkt, niet morgen, niet na een eeuw, zoo zal toch één-

') Inderdaad heeft „de wetenschap" de theorie der Darwinistische erfelijkheid reeds officieel prijsgegeven. Het materialistisch grondbeginsel van Darwin speelt echter in de natuurwetenschap, en ook in de socialistische oeconomle-leer, nog een overwegende rol. De geest van Darwin heerscht nog. W.

Sluiten