Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43

mensch nog lang niet ten einde toe betreden, en daarom is het voorbarig om te zeggen, dat de religie haar tijd gehad heeft, en dat de wetenschap de leidster der beschaving moet zijn.

Jezus zegt: „Waarmee zal ik het rijk Gods vergelijken ? — Het is gelijk aan een zuurdeesem, welken een vrouw nam, en verborg in drie maten meels, totdat het geheel doorzuurd was".

Uit deze gelijkenis volgt, dat Jezus de religie voor den mensch onontbeerlijk acht, — want wat is brood zonder zuurdeeg? — maar ook is de conclusie, dat zoolang de menschheid, het leven der menschen, niet geheel van dit zuurdeeg doortrokken is, het christendom zijn taak niet heeft vervuld.

Men zou kunnen tegenwerpen, dat er tal van menschen zijn, die zich in hun leven door hoogere, zedelijke, motieven laten leiden en voorbeeldig wandelen, hoewel zij toch beslist hun ongeloof uitspreken tenopzichte van de leer van het christendom. Als typisch vertegenwoordiger van deze exemplaire menschen zou de Fransche geleerde Littré kunnen genoemd worden. Een Fransche schrijver karakteriseert hem als: „Dezen heilige, die niet in God gelooft." En dan luidt de vraag: hoe is een dergelijk feit in overeenstemming te brengen met onze bewering, dat de religie het eenige centrum is van levenskrachten, die het leven verheffen en doen bloeien?

De verklaring is zeer eenvoudig.

De christelijke religie heeft in een tijdperk van negentien eeuwen op een lange rei van geslachten, door haar wettenen woorden, door haar geestelijke en zedelijke opvoeding, door de illustere voorbeelden van den wandel en den heldenmoed van velen harer getuigen, een onberekenbaren invloed uitgeoefend. De stille kracht van haar geest heeft gewerkt ook buiten den engeren kring van de belijdende kerk. Meer dan de menschheid zelve beseft heeft zij in haar opvattingen en levensbeschouwing, in haar zeden en gebruiken, den doop dezer wereldomvattende en levensbevruchtende beweging ondergaan.

Sluiten