Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45

Wanneer die dag komt 7 Niemand die het weet.

Jezus zegt ook, dat we het niet weten kannen. Maar juist omdat we het niet weten, moeten we niet alleen bereid zijn, gelijk de getrouwe dienstknecht, en de maagden, die met de brandende lamp den bruidegom tegemoet gaan — maar wij moeten ook arbeiden, zwoegen, om den triomf van dat volle licht vóór te bereiden.

In zeker opzicht hangt het aanbreken van den nieuwen dageraad van onszelven af.

Jezus heeft den mensch nooit lijdelijk, maar altijd werkzaam tegenover de toekomst geplaatst.

Het rijk Gods is niet alleen iets, dat tot de menschen komt, maar het is een doel tot hetwelk wij komen moeten.

Het rijk Gods ligt aan het einde van een weg, en dien weg moeten wij op. De Schrift spreekt zelfs van een haasten tot de toekomst van Christus.

Eens vroeg een voorbijganger aan een wijze, hoe lang de weg nog was naar de stad. En de wijze antwoordde: Ga maar !

„Hoe kunnen wij", zegt een zeker schrijver, „weten, hoever het nog is tot aan het doel, wanneer wij niet weten hoe en ui welk tempo zich de menschheid voortbeweegt. Want in zeker opzicht hangt de toekomst af van haar ijver en trouw in het nastreven van het doel.

Het is dwaas om stil te staan en te filosofeeren over een vraag, waarvan het antwoord ons is verborgen.

Wij hebben alleen te doen hetgeen wij weten, om de komst van het rijk Gods te bevorderen. Aangaande dezen plicht spreekt het evangelie duidelijke taal."

Het rijk Gods komt als een geschenk, als een erfenis, die ons ten deel valt door Gods almachtige liefde, — maar het rijk Gods is ook de vrucht van een langdurigen en hevigen strijd. Het is de bekroning, de zegepraal, van een worsteling. Het is het loon op den arbeid.

Sluiten