Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46

Het rijk Gods komt nader, naarmate de mensch nader komt tot de waarheid in Jezus.

Het nadert voorzooveel ons hart nader komt tot God.

De triomf van dit rijk van vrede en geluk is in hoofdzaak een kwestie niet van het weten, maar van den wil, en deze wil moet worden opgevoed, gedisciplineerd, in den geest van evangelische liefde en waarheid.

Het onderwerp, waarover wij dus nu moeten handelen is: de opvoeding van den wil.')

') Misschien zal sommigen de orienteering, die de Russische priester in dit hoofdstuk, met bewonderenswaardige scherpzinnigheid, geeft ten opzichtevan de wetenschap en het evangelie eenigszins verouderd voorkomen.

In de laatste kwarteeuw vertoonde zich een duidelijke reactie tegen de aanbidding van de godin der „Wetenschap", niet alleen door opkomst van de wijsbegeerte van James en Bergson, maar ook in de verschijning der veelsoortige nieuwe religie en moderne mystiek. Theosofie, christian science, het spiritisme, het boeddhisme, en het vage occultisme, worden al meer de toevlucht voor degenen, die de hoop op de zegepraal der wetenschap verloren hebben. De socialisten, teleurgesteld door het historisch materialisme, zoeken naar een ideologie, die het hart bevredigen kan. Zelfs werpen sommige profeten van de moderne school, die van het naturalisme verzadigd zijn, zich in de troostarmen der katholieke „moederkerk". De doop van Frederik van Eeden is een teeken des tijds.

En toch is dé beschouwing van Dr. Petrow nog strikt aktueel.

Niet alleen, omdat deze beweging beschouwd moet worden als een tijdelijke tegenstroom, dien we gedurig in de geschiedenis waarnemen bij een sterke opleving der kuituur (de stemmingen wisselen even regelmatig als de mode), maar ook om het feit, dat de nieuwe religie in hoofdzaak zetelt in een beperkten kring van z.g. intellektueelen. Het is geen religie voor de „armen van geest." Het volk als massa staat er buiten. Onder het volk neemt de godsdienstloosheid nog toe. Het volk zoekt een koninkrijk van deze wereld en verwacht de toekomst in den weg van de vermeerdering en betere verdeeling der maatschappelijke rijkdommen. Feitelijk blijven zij de slaaf sche onderdanen van de nog steeds talrijke, zich wanende, vertegenwoordigers der wetenschap. W.

Sluiten