Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

67

terugdeinsde. Zijn heele vroegere leven, waarin hij zich aan afperserij en bedrog had schuldig gemaakt, deed hem aarzelen onder de reine, alles doorziende, oogen van Jezus te komen. En toch wilde hij zien. Hij werd, door een onverklaarbaar, machtig, verlangen als gedreven, om den mensch te zien, die midden in een wereld van leugen en misdaad, durfde te zeggen : Ik ben de waarheid 1 Daar hij klein van persoon was, klom hij op een vijgeboom aan den kant van den veg, waar Jezus voorbij moest komen. En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: „Zachaëus, haast u, en kom af, want ik moet heden in uw huis blijven."

Deze enkele woorden van Jezus waren voldoende in den tollenaar een totalen ommekeer teweeg te brengen. De gedachte, dat Jezus, de rechtvaardige, hem, den eerloozen woekeraar, niet verafschuwde, werkte als een bliksemstraal van verlichting in zijn ziel. Het was als een geestelijke opstanding. Al zou de heele wereld hem verder verachten als een roofzuchtig, gevaarlijk, individu, — het was hem duidelijk geworden, dat zijn zaak voor God niet verloren was, dat zijn leven niet hopeloos mislukt was, dat hij nog een zekere waarde vertegenwoordigde, waaraan Jezus aandacht schonk, en die van nu af de grootste schat zou zijn in het leven van den hebzuchteling. Al datgene, waarvoor hij vroeger — om het te bereiken — waarheid en eerlijkheid driest durfde vertreden, heeft nu in zijn oog de bekoring verloren. Eén ding alleen had voor hem nog maar beteekenis: Jezus waardig te zijn.

„En Zachaëus stond," — zoo vermeldt het evangelie, — „en zeide tot Jezus: Zie, de helft van mijne goederen geef ik aan de armen, en indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder." l)

') Er zijn uitleggers, die afwijken van de gangbare opinie, dat Zachaëus een woekeraar en schurk was. De vermelding, dat hij de helft van zijn goed weggaf en het oneerlijke

Sluiten