Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78

leven zóó door te brengen, dat men zoo min mogelijk aan het leven zelf denkt1.

Geen architekt zal het bestaan ook maar een eenvoudigen stal te bouwen, zonder voorafgaand bestek; geen metselaar zal een tegelwand maken, zonder de waterpas te gebruiken, — wij echter richten ons leven in, zooals het nu eenmaal „valt", zonder grondig onderzoek naar den zin en het doel van ons leven, zonder te zoeken naar een maatstaf voor de beoordeeling, en een waarborg voor een normaal en zedelijk verloop van ons leven.

Hoe kan men zich nog verwonderen, dat zulke „bouwwerken" zoo ineens in elkaar storten en anderen mee onder de puinhoopen begraven? Hoe kunnen wij tegen een katastrofe verzekerd zijn, zoo wij niet het zuivere levensplan hebben, dat aan Jezus zijn oorsprong dankt?

Zoolang de mensch jong en lichtzinnig is, zoolang hij beschikt over de „middelen", kan hij zijn leven gemakkelijk instellen op de vreugde, — maar daar komt een moment, dat hij de reaktie voelt en dit soort leven leert beschouwen als een dure grap. Hoe zwaar (of lichtvaardig!) de mensch ook moge redeneeren, hoe kunstig hij zijn belangstelling afsluite voor de hoogere, geestelijke, vragen, — toch zal de mensch van brood alleen niet kunnen leven.

Het pessimisme, dat als een roestvlek zich al meer over het moderne leven verbreidt en dit innerlijk aanvreet, — is voor een deel ook daaruit te verklaren, dat de mensch niet de beide vleugels optilt, maar, terwijl hij de ééne vleugelspits ten hemel heft, de andere door de modder laat slepen. Daardoor is een innerlijke tweespalt onvermijdelijk, ontstaat er een innerlijke ontevredenheid, en velen eindigen met een gewelddadige afsluiting van de slechte balans. Maar het leven, al schijnt het nóg zoo waardeloos, heeft toch altijd meer waarde dan een stuk lood of een slok cyaankali. Het komt er maar opaanden

Sluiten