Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er is een algemeen verbreid spreekwoord, aldus luidende: Ieder mensch is een geboren filosoof 1

De bedoeling van dit woord zal wel zijn, dat de mensch, als denkend wezen, op hoe lagen trap van geestelijke beschaving hij ook staat er toch niet buiten kan zich met de levensvragen te bemoeien, wier beantwoording den weg naar de waarheid ontsluit.

Het zijn vooral de vragen naar den „zin" des levens en de beteekenis van den mensch.

O, lost mi] op het raadsel des levens,

Het smartelijke, oeroude, raadsel, —

Vanwaar zijn wij gekomen ? Waar gaan wij heen ?

Wie woont daarboven op goudene sterren?

Zoo vraagt in het bekende gedicht van Heine *) een jongeling.

Deze jongeling is het symbool der menschheid — het zijn de oude en toch eeuwig nieuwe, vragen van alle denkende menschen.

Op deze vragen stuit de monarch op zijn troon, en de slovende arbeider op den akker, die hem dikwijls zoo karig voedt.

Wijsgeerig peinst over deze problemen de geniale geleerde, die de wereld in een logisch systeem zoekt te besluiten, — en de ruwe wilde, de eenvoudige zoon der wildernis, tracht de geheimzinnige stem van den grooten Geest te verstaan.

Om van deze raadselen een twijfelbannende oplossing te

') „Buch der Lieder", Die Nordsee, zweiter Zykl. VII.

Sluiten