Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94

rede, de hoogste liefde, de hoogste waarheid en de hoogste heiligheid.

Reeds deze idee is een macht tot verhooging. De toovermacht der fysische natuur is gebroken. De kroon der goddelijkheid is haar ontrukt. En aan haar is de juiste plaats aangewezen, namelijk die der belichaming en openbaring van goddelijke gedachten.

De dierlijke passies des menschen verschijnen in dit licht als een dienen der ruwe materie, — zij mogen niet heerschappij voeren.

De mensch heeft iets in zich als een goddelijke vonk, — hij is van Gods geslacht, — de mensch is in zijn dieper wezen ook geest, en daarom mogen voor hem alleen de geestelijke goederen en krachten doel en maatstaf des levens zijn.

Om de geestelijke doelen, om de hoogere intellektueele woorden, moet de mensch zich in de allerdierbaarste, aardsche, neigingen verloochenen.

„Wie mij navolgen wil," — zegt Jezus, „die verloochene zichzelf. Wie iets liefheeft boven mij, is mijns niet waardig."

De mensch pleegt een hebzuchtig wezen te zijn, gierend op gewin en zinlijk vermaak. Zich te amuseeren, te verzamelen, te bezitten, — dat is de hartstocht, die ons verteert, die woekert op onze ziel en ons vrijmoedigheid geeft ook andere zielen te verderven.

Ook nu nog1) is de stroom des levens getint door het gevoel der eigenliefde.

Neemt b.v. onze moderne industrie.

Zij verschijnt ons als een organisatie, die door de vuilste winzucht wordt gedreven.

Ik denk daar aan een schilderij, dat mijn aandacht trok op

') Petrow had ook kunnen zeggen: Nu juist. Want het laatste der menschelijke maatschappij is erger dan het eerste. W.

Sluiten