Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gewoonlijk is het verstand van den mensch overladen van valsche voorstellingen, die niet in de verste verte aan de werkelijkheid beantwoorden.

Bij nauwkeurige toetsing aan het oorspronkelijke blijkt de voorstelling een willekeurig verzonnen idee te zijn, — iets dat alléén in onze inbeelding bestaat, een fantasie, — een idool (afgodsbeeld), gelijk de bekende Engelsche filosoof Baco van Verulam het noemde.

Tot deze idolen nu behoort ook de diep inwonende, onuitroeibare overtuiging, dat men de dingen zelf kent, terwijl men toch eigenlijk niet tot het wezen doorgedrongen is.

Daar zijn menschen, die meenen, dat ze een ding kennen, omdat Ze den naam ervan kennen. Ze vergeten, dat namen en woorden nog niet de nataar der dingen uitdrukken, en — dat ze meestal slechts hulpmiddelen zijn, om aan elkander de voorstellingen mee te deelen.

Van der jeugd af gewoon het woord te gebruiken als de uitdrukking, de karakteriseering, van het ding, — zijn wij ook geneigd ons tot dat woord te beperken, zonder ons te verdiepen in de werkelijke beteekenis der dingen, — zonder ons af te tobben met de vraag, of de zin van het woord overeenstemt met de werkelijke natuur van het aangeduide voorwerp.

Men vergeet, dat het woord niet zegt wat het ding op zichzelf is, maar wat het voor ons beteekent, wat wij ervan denken. Wanneer onze voorstelling onzuiver is, zal dus ook de omschrijving onnauwkeurig, het aanduidende woord onjuist zijn.

Een droeve illustratie van deze onwaarachtigheid in het

Sluiten