Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

109

typeeren, — dan kunt ge het doen in dat ééne woord: koninkrijk.

Hieruit mag de konklusie worden getrokken, dat men, om een christen te zijn, of tenminste met eenig recht over het christendom te kunnen oordeelen, zich een ware gedachte gevormd moet hebben over dit goddelijk rijk. Ieder, die ook maar over een restje gezond menschen-verstand beschikt, zal moeten toestemmen, dat men het evangelie niet verstaat, als men onkundig is ten opzichte van het rijk Qods.

Het zou een even groote dwaasheid zijn als te meenen, dat men een kenner der filosofie is, zonder dat men eenig begrip heeft van het stelsel van Plato, Aristoteles, Kant en Hegel.

En toch zijn er heel wat menschen, — zoowel onder degenen, die het evangelie met eerbied begroeten, als onder hen, die het met kritiek zoeken af te maken, — die alle recht tot oordeel missen, omdat ze geen flauw idee hebben van het koninkrijk Gods, hetwelk de schering en inslag is in Jezus' prediking.

Om te beginnen: onder het rijk Gods, waarvan in het evangelie sprake is, wordt meestal verstaan het leven der gelukzaligen aan de overzijde van den dood. Men vereenzelvigt het koninkrijk der hemelen met het hemelrijk, en op grond van deze opinie wordt dan het christendom beschuldigd van onverstandige geringschatting der aardsche goederen, van geforceerde onderdrukking der aangeboren lichamelijke behoeften, ja, van het streven dit aardsche bestaan van zijn kleuren en vreugden te berooven.

Men hoort dan de beschuldiging: Het evangelie leidt den blik der menschen alleen naar een verren hemel, en doet den mensch vergeten, dat hij uit de aarde geschapen en door zijn lichaam zelf aan de materie verbonden is. De vogels, waarvan het evangelie spreekt, bouwen hunne nesten en zorgen voor hunne jongen. En zouden wij dan, die toch zeker meer

Sluiten