Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

111

De aanvang is er. Maar het rijk omvat nog niet de geheele menschheid. Zijn gebied is nog beperkt. De aarde is nog niet geheel geheiligd en God heeft zich nog niet ten volle woning bij de menschen gemaakt.

Dit rijk komt, naarmate onze wereldbeschouwing wordt doordrongen van den geest des evangelies, — naarmate onze levensrichting bepaald wordt door de goddelijke waarheid, — naarmate onze sympathiën beheerscht worden door de reine liefde van Christus.

Dit rijk triomfeert in alle harten, die leed dragen om het vervuilde en misvormde leven der menschheid, — die smachten en jagen naar het doorbreken van waarheid en gerechtigtigheid, — die hongeren en dorsten naar vrede.

Wanneer de maatschappij, het volksleven zelf, van dezen geest doordrongen is, dan wordt het rijk Gods in de wereld verwerkelijkt.

Zoolang slechts enkele persoonlijkheden er door worden gegrepen, heeft het alleen beteekenis voor die enkelingen.

Voor hen, die vrede hebben met de op aarde heerschende duisternis van onrecht en geweld, — die den triomf gunnen aan hun egoïsme en hartstocht, — die het streven naar de oneindigheid en volmaaktheid belachelijk en onverklaarbaar vinden, - voor dezulken is het rijk Gods onbegrijpbaar en onbereikbaar.

Het rijk Gods is de, in de geschiedenis zich ontplooiende, organisatie van persoonlijkheden, krachten en verschijnselen, waarin God zelf heerschappij heeft, — waarin zijn redelijke, heilige, eisch regeert, — of, om het met andere woorden en eenvoudiger, te zeggen: het rijk Gods is het oprechte, zedelijk volmaakte, leven der menschen op aarde, dat ontspringt uit de gemeenschap met Jezus. De zegepraal van dat rijk is eenvoudig de triumf van het goede over de boosheid in het hart en in de samenleving der menschen.

Sluiten