Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

118

Jezus staat midden in het leven, en plaatst zijn menschen ook in de aardsche werkelijkheid.

Van z.g. „femelarij" is geen sprake, noch van ongezond fanatisme. Wat Jezus leert is, in één woord, de moraal der liefde.

Gehoorzaamheidsliefde voor God.

Zelfrespekt, als tegendeel van zelfverwaarloozing.

Naastenliefde.

Maatschappelijke ethiek.

Hoort slechts: De vroegere moraal, bij de ouden, was: Gij

zult niet dooden maar ik zeg u: krenkt uwen broeder

niet door nutteloozen toorn, — weest voorzichtig hem niet met uw woord te beleedigen.

Gij hebt gehoord, dat door de ouden gezegd is: Gij zult geen overspel doen maar ik zeg u: Reeds de vuile gedachte is zonde, de onreine blik, — wie een vrouw aanziet om haar te begeeren, die heeft alreeds overspel in zijn hart met haar gedaan.

De oude rabbijnen zeiden: Ge moet den eed houden,

maar ik zeg u: Laat uw woord zóó heilig zijn, dat ge ook zonder eed de waarheid spreekt. Laat uw ja ja zijn, en uw neen neen.

Vroeger was het: Oog om oog en tand om tand, d.w.z. als ge u wreekt op den naaste, doe het dan eerlijk, — zonder woeker. Doe niet als Lamech, die zei: Ik wil zeventigmaal zevenmaal gewroken worden.

Maar ook het precies tellen en afmeten der wraak, — voor elk oog een oog, voor iederen tand een tand! — is uit den booze. Ik zeg u: Vergeld geen kwaad met kwaad. Wanneer iemand u op de rechterwang slaat, sla dan niet driftig terug. De wraak voegt het booze bij het booze, — zij giet olie in het vuur, en jaagt de vlam der vijandschap omhoog. Zachtmoedigheid en vreedzaamheid echter ontwapenen den haat, en drijven de tirannie in verwarring op de vlucht.

Sluiten