Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

130

Aan den éénen kant zijn de plichten opgehoopt, en vindt men zoo goed als geen rechten. Aan de andere zijde vindt men alle rechten en voordeden, en geenerlei verplichtingen.

Voor den één is het leven een teedere moeder, die haar kinderen verwent, — voor den ander is het leven een booze stiefmoeder.

Zulk een staat van zaken roept bij de benadeelden een natuurlijke ontevredenheid wakker. Daar wordt de nijd geboren, — daar ontwaakt de begeerte, om, — het koste wat het kost, — tenminste de brokskens deelachtig te worden van het goed, waarin de schootkindjes van het lot overdadig zwelgen.

Deze begeerte wordt niet zelden bevredigd door misdadige aanslagen, en op deze wijze komt een belangrijk deel der menschheid, - tengevolge van de sociale tegenstellingen, — tot het gewelddadig vergrijp aan eens anders goed.

De maatschappij zelve maakt misdadigers.

Het kwaad, dat nu overal uitbreekt en de cellen der gevangenissen doet volstroomen, zou niet bestaan, wanneer niet de maatschappij op abnormale wijze verdeeld was in luilakkende uitzuigers en in uitgebuite arbeiders.

Indien alle menschen zonder zorgen hun brood hadden, en allen gelijkmatig deelnamen aan het werk en ook deel hadden aan de genietingen des levens, - dan zouden er geen roovers en moordenaars meer zijn, — dan zouden nijd en hebzucht verdwijnen, — gelijkheid en broederschap zouden heerschen, — de glorietijd der menschheid zou zijn aangebroken.

De groote voorwaarde, - zoo spreken de apostelen van deze leer, — is alleen, dat de verlammende ongelijkheid ophoudt, — dat er een eind komt aan het privaatbezit, - dat er géén ondernemers en kapitalisten zijn, maar dat de geheele produktie gekoncentreerd wordt in de macht en den wil der maatschappij zelf, die zoowel den arbeid als het loon gelijkmatig onder de enkele personen verdeelt.

Sluiten