Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

134

Geen volk kan zich losmaken van hetgeen het uitvloeisel is van zijn eigen geestelijke konstitutie. In het volk zelf liggen de faktoren, die zijn ontwikkelingsgang bepalen, — of, om het met andere woorden uit te drukken, alleen in het hart des menschen ligt de bron van zijn aktie. Het regelend princiep van zijn karakter en optreden in het volksleven is zijne zedelijke natuur. Een volmaakte vorm van sociaal leven kan slechts worden geproduceerd door zedelijke volkomenheid des menschen.

Wij lezen in de Handelingen der Apostelen: „En de menigte van degenen, die geloofden, was één hart en ééne ziel; en niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had zijn

eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen Er

was ook niemand onder hen, die gebrek had; want zoovelen als er bezitters waren van landen of huizen, die verkochten zij, en brachten den prijs der verkochte goederen, en legden dien aan de voeten der apostelen; en aan een iegelijk werd uitgedeeld, naardat elk van noode had."

Hoever staat onze moderne kuituurmaatschappij, — die dan het laatste woord van sociale wijsheid zal spreken! — verwijderd van deze eerste christelijke gemeente, die samengesteld was uit Galileesche visschers en Joodsche boeren 1

Hoe ook de regeeringsvormen zullen gewijzigd worden, — hoeveel nieuwe, en altijd weer nieuwe, economische en politieke theoriën tevoorschijn gehaald zullen worden; — toch verliest de dierlijke strijd om het bestaan niets van zijn scherp karakter, en de mensch houdt niet op voor zijn medemensch (naar het woord van Thomas Hobbes) een „wolf" te zijn.

Zoo was het, en zoo zal het blijven, tenzij de ruwe, dierlijke, instinkten van den mensch plaats maken voor de verheven gevoelens van allen — omvattende liefde en vredebrengende zachtmoedigheid, — tenzij het „beest" in den

Sluiten